Het gelag van Zele

Wie denkt dat ik het ga hebben over een gekend café op de Heikant heeft het mis. Het gaat hier over de financiën van Zele. Wie betaalt het gelag? Of nog beter: welk gelag?

De portemonnee van Zele

Tijdens de laatste gemeenteraadsvergadering vernamen we dat het zeer goed gaat met de financiën van Zele. Maar wat betekent dat? Dat betekent dat uitgaven en inkomsten in balans zijn. Dat is natuurlijk een grote verdienste van het bestuur, want het is wel eens anders geweest.

Maar de oppositie heeft ook een punt wanneer ze stellen dat dit vooral komt doordat een aantal uitgaven niet zijn gebeurd, of zijn doorgeschoven naar later. Volgens hen zijn de realisaties een mager beestje.

Uit ervaring weet ik dat, wanneer er geld beschikbaar is, er voldoende mensen zijn die weten waar dat geld bij voorrang moet worden besteed. Iedereen heeft wel een kassei scheef liggen voor zijn deur of kent een vereniging die dringend meer subsidies moet krijgen. Kijk maar op de sociale media.

Ik ga hier dus geen opsomming geven van zaken waar we geld aan moeten uitgeven. Niet dat ik geen ideeën heb. Ze doen hier niet ter zake.

Ik wil het hebben over zaken waar we wel geld aan uitgeven.

Onze “raadgevers”

Wie mij geregeld volgt, zal onderhand weten dat ik geen voorstander ben van studiebureau’s, consultancybureau’s of hoe ze zich ook noemen. Die worden ingehuurd om te zeggen wat ge zelf weet, maar niet durft zeggen. In een aantal gevallen is hun advies ook desastreus. Kijk maar naar het dossier van de camera’s. Gelukkig hebben de eigen mensen tegengas gegeven, en zullen we treffelijke camera’s hebben.

Ook het allegaartje dat advies moest geven over de groene stroom maakte er een potje van. Uiteindelijk is in de commissie van de gemeenteraad een conclusie opgemaakt. Met gebruik van gezond verstand. Het lijvige rapport van het studiebureau, dat uiteindelijk niet meer was dan copy paste van het rapport voor een andere gemeente, werd, na betaling van de factuur, geklasseerd. Verticaal.

Onenigheid binnen het bestuur leidt er vaak toe dat men beroep doet op studiebureau’s . Om tot overeenstemming te komen op basis wat “experten” zeggen. Een sterk bestuur heeft dat veel minder nodig. Reden te meer voor de Zelenaar om voor een sterk bestuur te kiezen, en niet te gaan voor snipperpartijen.

Wij beschikken in Zele over gemeentepersoneel met kennis van zaken en gezond verstand. Het is veel verstandiger (en goedkoper) om die mensen in te schakelen. En als zij er niet uitkomen, kan er nog altijd expertise worden ingekocht.

De kerkfabrieken

Zele betaalt jaarlijks ongeveer 300.000 euro aan de kerkfabrieken. Werkingskosten en investeringen. Het is wettelijk bepaald dat de gemeente dat betaalt door een wet uit 1803, getekend Napoleon, echt waar. Die wet is nog eens aangepast in 1870, en door een decreet in 2004. Maar dat is in de marge.

In dat bedrag zit niet de restauratie van de kerk. Dat wordt nationaal betaald. Via nationaal erfgoed.

De één al profijteriger dan de andere

De vraag is of deze kosten verantwoord zijn. Wij onderhouden 5 kerken. Volgens het kerkenbeleidsplan blijft dat zo de volgende vijf jaar. Daarna is er enkel zekerheid over het voortbestaan van de St. Ludgeruskerk als religieus gebouw. De reden hiervoor is onder andere een personeelsprobleem. Het aantal bedienaars mindert, en dat zorgt voor problemen. De aandachtige lezer zal opmerken dat er nu reeds slechts één priester overblijft in Zele. Die situatie zal waarschijnlijk nog dezelfde zijn in 2023. Dus dat argument snijdt weinig hout. Het kan toch niet zijn dat men wacht tot er over 5 jaar minder praktiserende katholieken zijn.

Uit de cijfers die ter beschikking werden gesteld in de toelichting bij de agenda van de gemeenteraad, blijkt dat er voor de exploitatie grote verschillen zijn tussen de verschillende parochies. Huivelde krijgt een toelage van 18.572 euro, en heeft een overschot van 15.679,32 euro. De Kouterkerk heeft een toelage van 41.925 euro en heeft een overschot van 4.383,75 euro. Dat wil zeggen dat Huivelde in 2017 een bedrag van 2.892,68 euro besteedde en de Kouterkerk 37.541,25 euro.

Praktisch gezien zou de sluiting van Huivelde, Durmen en Heikant slechts een minderuitgave zijn van 21.570 euro, en blijft er voor Kouter en Centrum nog steeds 109.201 te betalen. Misschien is deze relatief geringe besparing (16%) één van de redenen waarom men de wijkkerken nog langer openhoudt.

Wanneer alleen St. Ludgerus overblijft, is er nog 71.660 euro te betalen voor de exploitatie. Wil men over vijf jaar ook nog de Kouterkerk open houden, komt daar 37.541 euro bij (wanneer we de cijfers van 2017 aanhouden).

Blanco cheque

We moeten overigens deze cijfers voor waarheid aannemen, want volgens een niet nader genoemd gemeenteraadslid is het “not done” om deze cijfers controleren. En sedert 2004 is de burgemeester niet meer van rechtswege lid van de kerkraad. Pottekijkers zijn zelden gewenst.


Abonneer je op Beethoven

Voer je e-mailadres in om een bericht te krijgen telkens er een nieuwe Beethoven tekst verschijnt. Je e-mailadres wordt enkel en alleen hiervoor gebruikt.

Top